WANNEER MET BLOTE BENEN LOPEN NIET ZO VANZELFSPREKEND IS

WAT IS VITILIGO?

Vitiligo is een verkregen aandoening die wordt gekenmerkt door scherp begrensde gedepigmenteerde vlekken. De gedepigmenteerde laesies geven geen symptomen maar door het ontbreken van beschermend pigment kan de huid snel tot ernstig verbranden door zonlicht. Huidvlekken die overgevoelig zijn aan zonlicht en uv-stralen worden sneller geassocieerd met huidkanker. De laatste jaren is er een toenemende belangstelling ontstaan voor de relatie tussen vitiligo en huidkanker. In België alleen al sterven er jaarlijks 462 mensen ten gevolge van het niet tijdig opsporen en het te laat vaststellen van deze maligne huidaandoeningen. Dit is maar het officieel aantal geregistreerde huidkankers. In werkelijkheid zijn het er wellicht een pak meer.

Vitiligo komt wereldwijd voor bij 0,5 tot 1% van de algemene bevolking. Deze huidziekte kan op elke leeftijd ontstaan, zelfs kort na de geboorte. Ongeveer 50% van alle vitiligopersonen openbaart zich voor het twintigste levensjaar en 70-80% voor het dertigste levensjaar. De oudste persoon die gerapporteerd werd met vitiligo was zevenennegentig jaar. Vitiligo is niet besmettelijk en kan bij huidcontact niet worden doorgegeven.

De karakteristieke, witte vlekken met sterk begrensde randen kunnen overal op het lichaam voorkomen. De vorm van de vlekken is ovaal, rond en kunnen in elkaar doorlopen. In het gezicht manifesteert de ziekte zich rond de mond en de ogen. Andere typische voorkeurplaatsen zijn; ellebogen, handen, knieën, voetruggen en onderbenen. Ze vallen het meeste op bij personen met een diep gepigmenteerde of getaande huidskleur. Wanneer de witte vlekken minder dan 20% van het lichaamsoppervlak bedekken spreken wetenschappers van een gelokaliseerde vitiligo. Bij meer dan 20% wordt er algemeen gesproken over een uitgebreide vorm van de huidziekte.

De oorzaak van vitiligo is nog onbekend. Voor het verdwijnen van de functionele melanocyten bestaat er bij wetenschappers geen consensus. Stress, voeding en milieuvervuiling vormen geen eenzijdig besluit om deze als mogelijke oorzaak te kunnen beschouwen. Daarom wordt de auto-immuuntheorie momenteel als de belangrijkste oorzaak aangenomen. Deze theorie verklaart dat het lichaam haar eigen pigmentcellen als ‘lichaamsvreemd’ beschouwt en ze vervolgens afbreekt.

Bij gegeneraliseerde vitiligo, een klinisch beeld van meerdere afwijkingen, ontstaat er een auto-immuun aanval van cytotoxische T-cellen op de melanocyten waardoor die vernietigd worden. Dit zou mogelijk het gevolg kunnen zijn van overmatige activiteit van een fysiologisch beschermingsproces tegen kwaadaardige ontaarding. Het lichaam dat te snel ageert om een maligne aandoening te voorkomen. T-cellen hebben namelijk als functie; het opruimen van beschadigde, oude cellen of door virus geïnfecteerde cellen. T-cellen danken hun naam aan de ‘T’-receptor die als een voelspriet kankercellen ontdekt. Ook gezonde mensen hebben deze cytotoxische T-cellen gericht tegen pigmentcellen, alleen zijn deze nooit actief. De bevindingen van deze theorie doen vermoeden dat patiënten met vitiligo waarschijnlijk genetisch minder barrières bezitten die de activiteit van het cytotoxische afweersysteem van de huid remmen.

Uit verder onderzoek blijkt dat er veranderingen waar te nemen zijn bij de melanocyten zelf. Door die micro-afwijkingen worden ze zo mogelijk nog sneller herkend en aangevallen door het immuunsysteem. Als de cytotoxische immuuncellen de pigmentcellen eenmaal herkennen als pathogeen, wordt hun bindingscapaciteit sterker. De drempel tot verdere ziekteprogressie verlaagd. Hoe lager de drempel, hoe sneller de evolutie in de ziekte. Bovendien ontstaan er geheugen-T-cellen die langdurig aanwezig blijven op plaatsen waar ooit depigmentatie plaatsvond. Dit fenomeen verklaart ook de vergrote kans op terugval zelfs na een semi-succesvolle behandeling.

Een succesvolle therapie toepassen om vitiligo te behandelen is moeilijk. Bepaalde dermato-corticosteroïden zijn weinig effectief. De effecten van deze preparaten werken eerder progressie-remmend dan re-pigmenterend. Uit onderzoek blijkt dat de verwachting dat bestraling met smalspectrum UV-B stralen slechts ten dele uitkomt. Bij amper 40% van de personen zal er een re-pigmentatie optreden van 50%. Op voorwaarden dat de patiënten 2-3x per week behandeld worden, soms gedurende twee jaar of langer. Plekken op handen en voeten worden na verloop therapieresistent voor de bestraling. Het is niet bekend of het behaalde resultaat na stoppen van de therapie onveranderlijk blijft. Wetenschappers beseffen dat continue blootstelling aan uv-stralen ook een verhoogd risico op huidkanker met zich meebrengt. Zelfs met een gecontroleerd uv-stralingsbeleid blijft deze therapie omstreden. De behandeling kan erger worden dan de oorzaak.

Als alternatieve behandelwijze lijkt camouflage voor de meeste personen de enige uitkomst. De spierwitte vlekken worden minder opvallend gemaakt door zelfbruinende crèmes. Een schoonheidsspecialiste kan advies geven over de speciale producten en technieken om de vlekken minder zichtbaar te maken. Doch zal de schoonheidsspecialiste er rekening mee moeten houden dat camouflagetechnieken aanleren even storend worden ervaren door de klant als de huidskleurverschillen zelf. De camouflagetechnieken en het bepalen van de geschikte maquillageproducten wordt als een expertise op zich beschouwt.

Voorzichtige blootstelling aan zonlicht is aan te bevelen. De witte vlekken zijn gevoeliger voor zonlicht en dienen met de juiste beschermingsfactor te worden ingesmeerd.

Als besluit kunnen we stellen dat er nog onvoldoende kennis is verworven naar de directe oorzaken van deze auto-immuunziekte om ze succesvol te behandelen. Hopelijk werpen volgende onderzoeken nieuw licht op deze materie.

 

Geschreven door Katrien Sterckx op 15 mei 2021 voor Erasmus Hoge School, Brussel 
In opdracht van K. Muziek.